ECLI:NL:RVS:2013:1379
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid asielrelaas
De minister voor Immigratie en Asiel trok op 15 juli 2011 de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd van meerdere vreemdelingen in. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten gegrond, vernietigde de intrekkingen en beval nieuwe besluiten. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas in de plaats had gesteld van dat van de staatssecretaris. Volgens vaste jurisprudentie behoort de beoordeling van de geloofwaardigheid tot de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris en dient de rechter terughoudend te toetsen of diens motivering redelijk is.
De staatssecretaris had geoordeeld dat het asielrelaas onvoldoende positieve overtuigingskracht had vanwege vage verklaringen over een schietincident, het overleggen van een door de marechaussee als vals beoordeelde overlijdensakte, en tegenstrijdigheden in verklaringen over politieoptreden en overlijdensmoment. De rechtbank had deze motieven onvoldoende gegrond bevonden, maar de Afdeling vond dat de staatssecretaris zich redelijk op dit standpunt kon stellen.
Daarnaast faalden de beroepen van de vreemdelingen die een verblijfsvergunning op grond van medische redenen en het risico van willekeurig geweld in Centraal-Irak vorderden, omdat zij geen bewijs leverden van een direct levensbedreigende ziekte en de uitzonderlijke situatie van ernstig geweld in Centraal-Irak niet aannemelijk was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen de intrekking van hun verblijfsvergunningen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.