ECLI:NL:RVS:2013:1370
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen besluit CBR over verklaring van geschiktheid rijbewijs
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) weigerde op 26 mei 2011 een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen categorie B voor de wederpartij te registreren. Na bezwaar verklaarde het CBR dit besluit ongegrond. De rechtbank Almelo oordeelde echter dat het CBR onzorgvuldig had gehandeld door de onafhankelijkheid van de keurend arts te beïnvloeden en vernietigde het besluit van 28 september 2011. Tevens werd het besluit van 26 mei 2011 herroepen en het CBR opgedragen een verklaring van geschiktheid te verstrekken.
Het CBR ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het CBR terecht het standpunt innam dat de wederpartij, vanwege langdurig methadongebruik, misbruik maakt van psychoactieve middelen en daardoor ongeschikt is om motorrijtuigen te besturen. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het besluit van 26 mei 2011 herroept en het CBR opdraagt tot afgifte van de verklaring, maar bevestigde de overige uitspraken.
De Afdeling bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit van 28 september 2011 in stand blijven met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 28 september 2011 blijven in stand en het hoger beroep van het CBR wordt gegrond verklaard.