ECLI:NL:RVS:2013:1334
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ernstige misdrijven
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft bij besluiten van 17 maart 2011 aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het standpunt van de staatssecretaris over de betrokkenheid van vreemdeling 1 bij ernstige, niet-politieke misdrijven onvoldoende was gemotiveerd. Het ambtsbericht en de aanvullingen, waaronder veroordelingen wegens poging tot moord en drugshandel, bieden voldoende grond voor het oordeel dat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is.
Verder faalt het beroep van vreemdeling 2 die stelde dat er een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer, alsmede haar betoog dat artikel 8 EVRM Pro bij de beoordeling had moeten worden betrokken. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.