ECLI:NL:RVS:2013:1327
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor verlening verklaring omtrent gedrag
Bij besluit van 28 maart 2012 weigerde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan verzoeker een verklaring omtrent het gedrag (VOG) te verlenen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 4 juli 2012 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Almelo, die op 27 augustus 2012 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In afwachting van de uitspraak op het hoger beroep verzocht verzoeker de voorzitter van de Afdeling om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hem tijdelijk een VOG zou worden verleend. De voorzitter behandelde dit verzoek op 12 september 2013, waarbij verzoeker en de staatssecretaris verschenen.
De voorzitter overwoog dat het oordeel een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Gezien het feit dat niet vaststaat dat de uitspraak in de hoofdzaak zal worden vernietigd, weegt het belang van de samenleving dat de wettelijke regeling omtrent de VOG beschermt zwaarder dan het belang van verzoeker. Daarom wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Het betaalde griffierecht van €232,00 wordt aan verzoeker terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd openbaar gedaan op 26 september 2013.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor verlening van een verklaring omtrent gedrag wordt afgewezen.