ECLI:NL:RVS:2013:1287
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 9 januari 2013 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die naast een inzamelvoorziening was geplaatst. Deze zak bevatte poststukken die herleidbaar waren tot appellant, die daardoor werd aangesproken op overtreding van de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009.
Appellant voerde aan dat hij niet de overtreder was, omdat de zak mogelijk door een ander naast de inzamelvoorziening was geplaatst. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet de overtreder was, zodat het college terecht de kosten van bestuursdwang op hem verhaalde.
Daarnaast stelde appellant dat het college willekeurig handelde en het gelijkheidsbeginsel schond door niet in andere gevallen op te treden tegen verkeerd aangeboden afval. Dit werd verworpen omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het college in andere gevallen niet handhavend was opgetreden.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het vonnis werd uitgesproken door lid van de enkelvoudige kamer Wortmann op 25 september 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang en kostenverhaal wordt ongegrond verklaard.