ECLI:NL:RVS:2013:1262
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake handhavingsverzoek verkoop sierbestratingsproducten
Appellanten verzochten het college van burgemeester en wethouders van Katwijk handhavend op te treden tegen de verkoop van sierbestratingsproducten door een belanghebbende op een perceel te Katwijk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk omdat zij niet als belanghebbenden werden aangemerkt.
Appellanten stelden dat zij als verhuurder en eigenaar van een nabijgelegen perceel een rechtstreeks belang hadden vanwege mogelijke schade door concurrentie van de belanghebbende. De rechtbank oordeelde dat appellanten geen rechtstreeks belang hadden, omdat zij niet namens hun huurder optraden en hun financiële positie niet aannemelijk was beïnvloed.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet ontvankelijk kon zijn omdat alleen een reactie van het college op een handhavingsverzoek als besluit kan worden aangemerkt. De rechtbank had zich daarom onbevoegd moeten verklaren.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de rechtbank onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellanten terugbetaald.
Uitkomst: De rechtbank werd onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep en het hoger beroep werd gegrond verklaard.