ECLI:NL:RVS:2013:1246
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- C.H.M. van Altena
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing schadevergoeding na weigering verblijfsvergunning
Verzoeker diende een aanvraag in voor verlenging en wijziging van zijn verblijfsvergunning, welke aanvankelijk werd afgewezen door de staatssecretaris. Na bezwaar werd het besluit deels herroepen en werd verzoeker met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning verleend op grond van Besluit nr. 1/80.
Verzoeker vorderde vervolgens vergoeding van materiële en immateriële schade wegens het eerdere afwijzingsbesluit, stellende dat dit besluit onrechtmatig was en tot verlies van werk en psychische problemen leidde. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat het besluit niet onrechtmatig was omdat niet was aangetoond dat aan de vereisten was voldaan ten tijde van het oorspronkelijke besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het afwijzingsbesluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het besluit van 13 juli 2006 niet onrechtmatig is omdat niet is aangetoond dat verzoeker destijds voldeed aan de voorwaarden voor verlenging van zijn verblijfsvergunning. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.