ECLI:NL:RVS:2013:1237
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen terugkeerbesluit vreemdeling
De vreemdeling werd bij besluit van 22 februari 2012 opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit terugkeerbesluit niet-ontvankelijk omdat het besluit geen nieuwe rechtsgevolgen zou hebben ten opzichte van een eerder besluit van 21 september 2010.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het terugkeerbesluit van 22 februari 2012 verleent immers opnieuw een vertrektermijn van 28 dagen, wat een rechtsgevolg inhoudt. Tevens kan het besluit van belang zijn voor de duur van een eventueel inreisverbod.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard, en wordt de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling. Tevens worden de proceskosten vastgesteld en aan de rechtbank opgedragen hierover te beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt vernietigd.