ECLI:NL:RVS:2013:1224
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning bedrijfsvoorraad niet gerechtvaardigd wegens eigendom voertuig
Bij besluit van 3 mei 2012 trok de RDW de erkenning bedrijfsvoorraad van de wederpartij voor zes weken in, omdat het voertuig met kenteken [...] was aangemeld terwijl volgens de RDW niet het bedrijf maar een derde eigenaar was. De voorzieningenrechter oordeelde dat de RDW ten onrechte aan de verklaring van een vennoot doorslaggevende betekenis had toegekend en dat de wederpartij op het moment van aanmelding eigenaar was van het voertuig.
De RDW stelde in hoger beroep dat de koopovereenkomst afhankelijk was van de keuze van de derde partij en dat er geen geldige titel voor eigendomsoverdracht was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de levering van het voertuig had plaatsgevonden door machtsverschaffing en dat er geen eigendomsvoorbehoud was overeengekomen. De verklaring van de vennoot kon niet als enige reden dienen om de eigendomsoverdracht te ontkennen.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de voorzieningenrechter dat de RDW niet bevoegd was de erkenning in te trekken omdat de wederpartij ten tijde van de aanmelding eigenaar was van het voertuig. Het hoger beroep van de RDW werd ongegrond verklaard en zij werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de RDW wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de erkenning wordt bevestigd als onterecht.