ECLI:NL:RVS:2013:1204
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- L.J. Können
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen afwijzing rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel had de aanvraag van de vreemdeling op 4 juli 2012 afgewezen. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van de vreemdeling ongegrond op 13 februari 2013. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond op 31 juli 2013, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het niet uitgesloten kon worden dat het bestreden uitspraak in hoger beroep zou worden vernietigd. De schriftelijke uiteenzetting van de vreemdeling gaf geen bijzondere belangen aan die een onmiddellijke uitvoering van de uitspraak vereisten.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk gegrond verklaard en bepaald dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat op het hoger beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorzitter bepaalt dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist.