ECLI:NL:RVS:2013:1186

Raad van State

Datum uitspraak
10 september 2013
Publicatiedatum
18 september 2013
Zaaknummer
201305008/2/R3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.G.J. Parkins-de Vin
  • W.S. van Helvoort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 8:6 AwbArt. 6:13 AwbArt. 2 bijlage 2 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan verblijfsrecreatieterreinen

Bij besluit van 28 maart 2013 heeft de raad van de gemeente Oisterwijk het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen' vastgesteld. De Coöperatieve Vereniging van Eigenaren Recreatiepark 'Hermitage' (CCVE) heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek behandeld op 2 september 2013. De voorzitter constateert dat het beroep van de CCVE zich richt tegen een plandeel met de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' ter plaatse van een groenstrook tussen het Villapark De Hermitage en het Recreatiepark De Hermitage. Dit beroep steunt echter niet op een bij de raad naar voren gebrachte zienswijze over dit onderdeel van het bestemmingsplan.

Conform artikel 8:1, 8:6, 6:13 Awb en artikel 2 van Pro bijlage 2 bij de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen onderdelen van een bestemmingsplan waarover geen zienswijze is ingediend, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden verweten. De voorzitter oordeelt dat de CCVE dit niet aannemelijk heeft gemaakt. De raad heeft bevestigd dat het vastgestelde plan op dit punt niet is gewijzigd ten opzichte van het ontwerp. De voorzitter gaat daarom uit van niet-ontvankelijkheid van het beroep in de bodemprocedure en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Uitspraak

201305008/2/R3.
Datum uitspraak: 10 september 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatieve Vereniging van Eigenaren Recreatiepark "Hermitage" U.A. (hierna: de CCVE), gevestigd te Oisterwijk,
verzoekster,
en
de raad van de gemeente Oisterwijk,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 28 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Verblijfsrecreatieterreinen" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer de CCVE beroep ingesteld.
De CCVE heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 september 2013, waar de CCVE, vertegenwoordigd door P. Graveland en J. Knopper, en de raad, vertegenwoordigd door ing. F.J.M. Bergevoet, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. De voorzitter stelt vast dat het beroep van de CCVE, dat is gericht tegen de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie" ter plaatse van de groenstrook gelegen tussen het Villapark De Hermitage en het Recreatiepark De Hermitage aan de Posthoornseweg te Oisterwijk, niet steunt op een bij de raad naar voren gebrachte zienswijze.
Ingevolge artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in samenhang gelezen met artikel 8:6 van Pro de Awb en artikel 2 van Pro bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van Pro de Awb, kan door een belanghebbende geen beroep worden ingesteld tegen onderdelen van het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarover hij tegen het ontwerpplan geen zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten.
Deze omstandigheid doet zich niet voor. De raad heeft ter zitting gesteld dat het vastgestelde plan voor zover het betreft de mogelijkheden waartegen de CCVE zich in beroep keert, niet gewijzigd is ten opzichte van het ontwerp. Door de CCVE is dat niet bestreden. Verder is geen rechtvaardiging gelegen in de door de CCVE gestelde omstandigheid dat zij bij de inzage van het ontwerpplan geen acht heeft geslagen op het betreffende plandeel omdat zij ervan uitging dat de groenstrook niet bebouwd zou worden.
3. Gelet op het voorgaande gaat de voorzitter ervan uit dat het beroep van de CCVE in de bodemprocedure niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Het verzoek van de CCVE om het treffen van een voorlopige voorziening dient om deze reden te worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van staat.
w.g. Parkins-de Vin w.g. Van Helvoort
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 september 2013
361.