ECLI:NL:RVS:2013:1163
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
De minister heeft het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen wegens het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte en een geldig buitenlands paspoort. Appellant stelde dat hij in bewijsnood verkeert vanwege de verwoesting van archieven in de Democratische Republiek Congo (DRC) en overhandigde verklaringen van Congolese autoriteiten ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij in bewijsnood verkeert, mede vanwege twijfel over zijn identiteit door eerdere asielaanvragen onder andere persoonsgegevens. De staatssecretaris mocht eisen dat appellant een procedure tot verkrijging van een 'jugement supplétif' of 'acte de notoriété' in de DRC volgt om een vervangende geboorteakte te verkrijgen.
Appellant voerde aan dat deze procedure geen objectief bewijs oplevert en dat hij niet naar de DRC kan reizen vanwege een aantekening in zijn vreemdelingenpaspoort. De Raad van State verwierp deze argumenten, stellende dat appellant niet heeft aangetoond dat de DRC hem geen laissez passer verstrekt en dat hij ook via derden de benodigde documenten kan verkrijgen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.