ECLI:NL:RVS:2013:1138
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.W.L. Loeb
- B. Nell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerplaats wegens onvoldoende noodzaak
Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wees op 5 september 2012 de aanvraag van appellante voor een gehandicaptenparkeerplaats af. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat het parkeerbeleid van het college inhoudt dat een gehandicaptenparkeerplaats wordt toegekend bij een maximale loopafstand van minder dan 50 meter, en bij een loopafstand tussen 50 en 200 meter alleen indien parkeeronderzoek een hoge parkeerdruk aantoont. De loopafstand van appellante werd vastgesteld op minimaal 150 meter door een keuringsarts.
Appellante voerde aan dat het medisch en parkeeronderzoek onzorgvuldig was, omdat haar aandoening haar op sommige dagen volledig beperkt en het parkeeronderzoek niet in avonduren en weekend was uitgevoerd. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht aannam dat het college van de juiste loopafstand was uitgegaan en dat het parkeeronderzoek ook zaterdag en doordeweekse avonden omvatte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.