ECLI:NL:RVS:2013:1137
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- S.F.M. Wortmann
- H.J.J. Kalter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Visserijbuurt Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 18 juni 2013 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de Visserijbuurt. Verzoekers, bewoners van nabijgelegen woningen, stelden beroep in en vroegen om een voorlopige voorziening tegen dit besluit.
Zij voerden onder meer aan dat de locatie 04-10, zeer dicht bij hun woningen, onredelijk is vanwege geluidsoverlast, privacyverlies, waardevermindering van woningen, parkeerdruk en mogelijke schade aan de woningen door de plaatsing en het legen van de containers. Het college voerde aan dat de locatie voldoet aan beleidsregels, dat parkeerdruk op wijkniveau wordt beoordeeld, dat de breedte van de straat geschikt is voor de inzamelwagen en dat geluidsoverlast en privacy-effecten beperkt zijn.
De voorzitter oordeelde dat het college de randvoorwaarden en beleidsregels juist heeft toegepast, dat de parkeerdruk niet onaanvaardbaar is, en dat de bezwaren van verzoekers onvoldoende aannemelijk maken dat het college had moeten afzien van de locatie. Ook werd het risico op schade aan woningen als minimaal beoordeeld. Alternatieve locaties boden volgens het college onvoldoende oplossing.
Gelet hierop wees de voorzitter de verzoeken om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het plaatsingsplan voor ORAC's in de Visserijbuurt wordt afgewezen.