ECLI:NL:RVS:2013:1112
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens ongeschiktheid na psychiatrisch onderzoek
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig op grond van een onderzoek waaruit bleek dat appellant niet voldoet aan de eisen van lichamelijke en geestelijke geschiktheid. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar zowel de rechtbank als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierpen zijn klachten.
De Afdeling oordeelde dat het CBR terecht een onderzoek naar de geschiktheid heeft opgelegd en dat de resultaten daarvan niet onzorgvuldig waren. Appellant kon onvoldoende aantonen dat het oordeel van de keurend arts onjuist was, ondanks zijn betoog dat hij geen psychiatrische aandoening heeft. De Afdeling stelde vast dat appellant een voorgeschiedenis van psychiatrische problematiek heeft, waaronder meerdere opnames in een psychiatrische instelling.
Verder werd overwogen dat appellant geen tegenonderzoek heeft overgelegd dat het oordeel van het CBR weerlegt. Ook het feit dat appellant jarenlang zonder ongelukken heeft gereden, leidt niet tot een ander besluit. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ongeldigverklaring van het rijbewijs bevestigd.