ECLI:NL:RVS:2013:1103
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.W.L. Loeb
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor paardenbak in woongebied
Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder verleende aanvankelijk een omgevingsvergunning voor het oprichten van een paardenbak op een perceel met woonbestemming. Na bezwaar verklaarde het college het besluit herroepen en weigerde alsnog de vergunning. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
Appellant voerde aan dat het gebruik hobbymatig was en binnen de toegestane kleinschalige agrarische activiteiten viel, en dat handhaving onevenredig was vanwege eerdere vergunningverlening en gelijkheidsbeginsel. De Raad van State oordeelde dat de paardenbak een zodanige ruimtelijke uitstraling heeft dat deze niet past bij de woonbestemming, mede vanwege de locatie in een blok voormalige arbeiderswoningen en de omvang van de bak.
De Raad verwierp het betoog dat handhaving achterwege moest blijven wegens bijzondere omstandigheden, omdat geen concrete toezeggingen waren gedaan en het college bevoegd was tot handhaving. Ook het financiële bezwaar van appellant faalde. De opgelegde last tot verwijdering van de paardenbak en beëindiging van het gebruik is niet te verstrekkend geacht.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering omgevingsvergunning en handhaving worden bevestigd.