ECLI:NL:RVS:2013:1066
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Lubberdink
- S.P.M. Zwinkels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en afwijzing schorsingsverzoek uitzetting
Bij besluiten van 10 juni 2013 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen, mede namens hun minderjarige kinderen, hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de voorzieningenrechter, die op 5 juli 2013 deze beroepen ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen zijn hiertegen in hoger beroep gegaan bij de Raad van State en hebben tevens verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om de uitzetting te schorsen. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het onderzoek gesloten en de zaak inhoudelijk beoordeeld.
De voorzitter oordeelt dat de aangevoerde argumenten, waaronder de situatie van Koerden in Turkije en de detentieomstandigheden aldaar, onvoldoende zijn om de rechtmatigheid van de uitzetting en de wijze van effectuering ter discussie te stellen. Het hoger beroep wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd en het verzoek tot schorsing afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzitter H.G. Lubberdink, in aanwezigheid van ambtenaar van staat S.P.M. Zwinkels, op 4 september 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak bevestigd en het verzoek tot schorsing van de uitzetting afgewezen.