ECLI:NL:RVS:2013:1009
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag bij ontbreken re-integratietraject
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Belastingdienst om het voorschot kinderopvangtoeslag over 2011 op nihil te stellen, omdat hij een WAO-uitkering ontving zonder dat sprake was van een re-integratietraject. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel recht had op toeslag vanwege een dienstbetrekking, onderbouwd met een salarisafschrift van zijn partner.
De Raad van State oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij een re-integratietraject volgde, zoals vereist op grond van artikel 1.6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Het beroep faalde daarom. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van proceskosten afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was herroepen.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De zaak betrof de toepassing van de wettelijke criteria voor kinderopvangtoeslag bij arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om het voorschot kinderopvangtoeslag op nihil te stellen wordt bevestigd.