ECLI:NL:RVS:2012:BY8331
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugkeerbesluit, inreisverbod en maatregel van bewaring vreemdeling
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft op 3 mei 2012 een terugkeerbesluit, een inreisverbod en een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan een vreemdeling. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling tegen deze besluiten gegrond, vernietigde het terugkeerbesluit en het inreisverbod, en beval de opheffing van de bewaring. De minister stelde hoger beroep in.
De Raad van State oordeelt dat het terugkeerbesluit terecht is genomen omdat voldoende gronden bestaan om aan te nemen dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken, mede gelet op het langdurig illegaal verblijf zonder pogingen tot legalisatie. De rechtbank heeft dit ten onrechte anders beoordeeld. De Afdeling vernietigt daarom dit deel van de uitspraak van de rechtbank.
Ten aanzien van het inreisverbod oordeelt de Raad van State dat de vreemdeling voldoende mondeling is gehoord, maar dat niet is voldaan aan de vereiste uitleg over de mogelijkheid om individuele omstandigheden aan te voeren die tot verkorting van het inreisverbod kunnen leiden. Dit maakt het inreisverbod onrechtmatig, waardoor de rechtbank het beroep terecht gegrond heeft verklaard.
De maatregel van bewaring is gegrond omdat deze steunt op het juiste terugkeerbesluit en de gronden voor het risico op onttrekking aan toezicht. De Raad van State verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor het terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring en ongegrond voor het inreisverbod, waarbij het inreisverbod wordt vernietigd.