ECLI:NL:RVS:2012:BY8256
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid bestuursrechter bij beëindiging geboden opvang vreemdeling
De vreemdeling maakte bezwaar tegen het beëindigen van de hem geboden opvang door de staatssecretaris, nadat een vrijheidsbeperkende maatregel was ingetrokken. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om het beroep te behandelen, omdat zij het beëindigen van de opvang niet als een besluit maar als een feitelijke handeling zag die buiten de bestuursrechtelijke rechtsbescherming viel.
De Raad van State stelde echter vast dat het beëindigen van de geboden opvang wel degelijk een feitelijke handeling betreft die krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 gelijkgesteld wordt met een besluit. Dit artikel beoogt de rechtsbescherming van vreemdelingen exclusief aan de bestuursrechter toe te wijzen, ook voor dergelijke feitelijke handelingen.
Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens stelde de Raad van State de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.