ECLI:NL:RVS:2012:BY8230
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende nieuw feiten
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel die door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de minister als de vreemdeling hoger beroep instelden.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigen. De authenticiteit van het overgelegde arrestatiebevel was niet vastgesteld en de vreemdeling had dit niet aannemelijk gemaakt. Tevens konden de overgelegde documenten niet aantonen dat de situatie van de vreemdeling was verslechterd of dat zij vanwege haar verblijf buiten Sri Lanka automatisch in negatieve belangstelling stond.
Daarom werd het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en dat van de minister gegrond, waarna het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en het beroep ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten.