Uitspraak
200904857/1/V6gemotiveerd uiteengezet dat en waarom het betoog van [appellant] geen stand houdt. De rechtbank heeft overwogen dat niet in geschil is dat de onderneming ten tijde van de overtreding als eenmanszaak in het handelsregister van de Kamer van Koophandel stond ingeschreven en dat niet is gebleken dat op een andere manier voor derden kenbaar was dat de onderneming ten tijde van de overtreding niet als eenmanszaak werd gedreven, zodat de minister terecht de onderneming van [appellant] op de datum van de overtreding als eenmanszaak heeft aangemerkt.
201002877/1/V6volgt dat het verbod op het verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning, als bedoeld in artikel 2 van Pro de Wav 1964, ten tijde van de inwerkingtreding van het Aanvullend Protocol niet werd gehandhaafd en het thans stellen van de eis van een tewerkstellingsvergunning in zoverre een nieuwe beperking vormt, heeft de minister gehandeld in strijd met artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol, aldus [appellant].