ECLI:NL:RVS:2012:BY7282
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling geen gegronde vrees voor discriminatoire bestraffing dienstweigering heeft
De minister van Justitie wees op 5 oktober 2010 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de algemene ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken over Turkije wezen op een gewijzigd beeld ten aanzien van de dienstplicht en de bestraffing van dienstweigeraars. De Raad stelde vast dat de ambtsberichten geen aanwijzingen bevatten voor een onevenredige of discriminatoire bestraffing van dienstweigeraars, en dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat hem een dergelijke behandeling te wachten staat.
De Raad verwierp de argumenten van de vreemdeling over vermeende discriminatie, zelfmoorden van Koerdische dienstplichtigen, en het beroep op het arrest Ülke tegen Turkije van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Raad concludeerde dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd voor een gegronde vrees voor discriminatoire bestraffing en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van zijn asielaanvraag blijft in stand.