Uitspraak
200800658/1), dienen juist omdat een boete als hier bedoeld een punitieve sanctie betreft, aan de bewijsvoering van de overtreding en aan de motivering van het sanctiebesluit strenge eisen te worden gesteld.
200908558/1/V6. Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200704914/1leidt de omstandigheid dat de werkgever zich voorafgaand aan de tewerkstelling van de vreemdeling ervan heeft vergewist dat deze stond ingeschreven in het handelsregister en beschikte over een BTW-nummer, niet tot matiging van de opgelegde boete. Dit geldt evenzeer voor de door de vennootschap gestelde omstandigheid dat de vreemdelingen beschikten over een VAR-verklaring, aangezien de vennootschap gelet op hetgeen onder 3.3 is overwogen daaraan niet het gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat de vreemdelingen als zelfstandigen werkzaam waren. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat het de vennootschap volledig is te verwijten dat zij de Wav heeft overtreden.