ECLI:NL:RVS:2012:BY6735
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Kramer
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet-tijdig beslissen door college Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had aanvankelijk geweigerd een bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een hekwerk rondom de voorhaven aan de Hellingweg in Den Haag. Na intrekking van dit besluit door het college op 24 maart 2011, verklaarde het college het bezwaar van appellant tegen deze intrekking niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een dwangsom wegens niet-tijdig beslissen af.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit op bezwaar gegrond en beval het college binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen het besluit op het verzoek om dwangsom werd door de rechtbank ongegrond verklaard. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college te laat heeft beslist op het bezwaar van appellant en daardoor een dwangsom is verschuldigd. De Afdeling stelt de dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.260,00. Tevens vernietigt de Afdeling het besluit van 20 februari 2012 en verklaart het beroep tegen dit besluit gegrond. Het college is verplicht het griffierecht van appellant te vergoeden.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de afwijzing van het beroep op het besluit van 20 februari 2012 betreft. Het besluit van het college van 10 september 2012, waarbij de dwangsom werd toegekend, wordt niet bestreden en blijft buiten beschouwing.
Uitkomst: De Afdeling stelt een dwangsom van €1.260,- vast wegens niet-tijdig beslissen en vernietigt het besluit van 20 februari 2012.