ECLI:NL:RVS:2012:BY5568
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning minderjarige gehuwde vreemdeling
De vreemdeling, geboren in 1995 en van Somalische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning bij haar pleegmoeder in Nederland. De minister wees dit verzoek af omdat de vreemdeling in 2009 traditioneel was gehuwd in Somalië, waardoor volgens het beleid de feitelijke gezinsband met de pleegmoeder als verbroken werd beschouwd.
De rechtbank stelde echter dat de minister ten onrechte had aangenomen dat het huwelijk automatisch de gezinsband verbrak, vooral omdat de vreemdeling minderjarig was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beleid stelt dat een minderjarige alleen als meerderjarig wordt aangemerkt indien het huwelijk rechtsgeldig is volgens Nederlands internationaal privaatrecht, wat niet was onderzocht.
De Afdeling vernietigt het besluit van de minister wegens strijd met het motiveringsvereiste en de Awb. Tegelijkertijd bepaalt zij dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven, omdat de vreemdeling door het huwelijk geen aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.