ECLI:NL:RVS:2012:BY5543
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hereniging gezinsleden op humanitaire gronden ook zonder asielzoekerstatus
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 15, lid 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 343/2003, die handelt over de hereniging van gezinsleden en afhankelijke familieleden op humanitaire gronden. De staatssecretaris hanteerde beleid dat hereniging alleen mogelijk was indien het reeds in Nederland verblijvende gezinslid asielzoeker was.
De Raad van State oordeelde dat deze uitleg te beperkt was. De Verordening stelt niet als voorwaarde dat gezinsleden zelf asielzoekers moeten zijn. Ook artikel 11, lid 3, van de Uitvoeringsverordening bevestigt dat hereniging mogelijk is met vreemdelingen die een andere procedure dan een asielprocedure doorlopen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit van de staatssecretaris, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.