ECLI:NL:RVS:2012:BY4737
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 1 november 2010 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning als zelfstandige af wegens het ontbreken van een wezenlijk Nederlands belang. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 17 januari 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte stelde dat de minister nader moest motiveren welke stukken noodzakelijk zijn om het wezenlijk Nederlands belang te beoordelen. Het is aan de vreemdeling om dit te onderbouwen met een volledig en goed onderbouwd ondernemingsplan. De vreemdeling had onvoldoende concrete en onderbouwde stukken overgelegd, waaronder intentieverklaringen die niet overtuigend waren.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens faalden de overige beroepsgronden, waaronder het betoog over het niet voorleggen van de aanvraag aan de minister van Economische Zaken en het ontbreken van een hoorplicht in bezwaar. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.