ECLI:NL:RVS:2012:BY4725
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlenging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Aan de vreemdeling is op 9 september 2011 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en deze werd bij besluit van 9 maart 2012 verlengd met maximaal twaalf maanden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit verlengingsbesluit ongegrond, maar nam het beroep ten onrechte niet in behandeling met toepassing van artikel 94 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank wel openstaat en vernietigt het vonnis. De Afdeling beoordeelt vervolgens inhoudelijk of de verlenging van de maatregel terecht is. De vreemdeling stelt dat hij voldoende meewerkt aan zijn uitzetting, onder meer door presentaties aan de Pakistaanse diplomatieke vertegenwoordiging, maar weigert terug te keren naar Pakistan.
De staatssecretaris heeft de verlenging gebaseerd op het ontbreken van een geldig reisdocument en het niet meewerken van de vreemdeling aan zijn uitzetting. De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris de nodige redelijke inspanningen heeft verricht en dat de verlenging gerechtvaardigd is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de verlenging van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.