ECLI:NL:RVS:2012:BY4693
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring onterecht opgelegd wegens ontbreken risico op toezichtontduiking
De vreemdeling werd op 13 september 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens een vermeend risico dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister bekend was met het feit dat de vreemdeling over een echt en onvervalst Mongools identiteitsbewijs beschikte en sinds 19 juli 2012 in gesprek was met de Internationale Organisatie voor Migratie om vrijwillig terug te keren naar Mongolië. Gezien deze inspanningen was er geen grond om aan te nemen dat de vreemdeling zich aan het toezicht zou onttrekken of de terugkeer zou belemmeren.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel was reeds opgeheven, zodat geen bevel tot opheffing meer nodig was. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van 13 september tot 5 oktober 2012. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring onterecht geacht, met toekenning van vergoeding en proceskosten.