ECLI:NL:RVS:2012:BY4691
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen inbewaringstelling vreemdeling
De vreemdeling werd op 6 september 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in, dat hij later introk. Vervolgens diende hij op 4 oktober 2012 opnieuw beroep in. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het na de beroepstermijn was ingediend, waarbij zij zich baseerde op artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat het derde lid van artikel 69 Vw Pro 2000 van toepassing is op vrijheidsbenemende maatregelen zoals inbewaringstelling. Dit lid bepaalt dat het instellen van beroep tegen dergelijke besluiten niet aan een termijn is gebonden. De rechtbank heeft daardoor ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens stelt zij de proceskosten in hoger beroep vast op € 437,00 en bepaalt dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.