Uitspraak
200807964/1/M1) waarin is overwogen dat een permanent bewoonde recreatiewoning als woning in de zin van artikel 1.1 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Barim) moet worden aangemerkt. Het begrip geluidsgevoelige ruimte als bedoeld in het Barim wordt in artikel 1.1, eerste lid, van het Barim gelijkgesteld aan een geluidsgevoelige ruimte als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wgh, te weten een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m². Uit de nota van toelichting bij het Barim volgt dat met het Barim voor het begrip woning is beoogd aan te sluiten bij het begrip woning in de Wgh, dat eveneens inhoudt dat een woning een gebouw is dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe bestemd is. Gelet op het voorgaande is het standpunt van de raad dat de recreatiewoning van [appellant] niet kan worden aangemerkt als woning als bedoeld in de Wgh onjuist.
200203450/1heeft overwogen kan onder "gelden" in artikel 74, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wgh ook "zal gaan gelden" worden verstaan. In dat geval dient in voldoende mate vast te staan dat het bevoegd gezag voornemens is om ter plaatse een maximumsnelheid van 30 km/u voor te schrijven. Dit is evenwel in dit geval niet aannemelijk gemaakt. Nu gezien rechtsoverweging 2.8 de ontsluitingsweg tot aan de slagbomen bij de ingang van het villapark moet worden aangemerkt als een voor het openbaar verkeer openstaande weg, kan de Afdeling de raad niet volgen in het standpunt dat van overheidswege geen verkeersbesluit op grond van de Wvw 1994 voor de ontsluitingsweg kan worden genomen. Dat de gronden waarop de ontsluitingsweg wordt gerealiseerd uiteindelijk in eigendom worden overgedragen aan Europarcs en daardoor niet meer aan de provincie, de gemeente of het waterschap in eigendom zullen toebehoren, doet niet af aan het openbare karakter van de weg. Nu niet aannemelijk is gemaakt dat door het bevoegd gezag een verkeersbesluit strekkende tot het instellen van een maximumsnelheid van 30 km/u zal worden genomen en aldus is verzekerd dat dit regime zal worden ingevoerd, had in het akoestisch onderzoek niet van deze snelheid mogen worden uitgegaan en heeft de raad zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet behoeft te worden voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het plan is derhalve vastgesteld in strijd met artikel 82, eerste lid, van de Wgh.