ECLI:NL:RVS:2012:BY3410
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering over risico strafrechtelijke vervolging in Georgië
De vreemdelingen hadden asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie werden afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat vreemdeling 1 niet in de negatieve belangstelling van de Georgische autoriteiten staat. De staatssecretaris had immers erkend dat vreemdeling 1 mogelijk strafrechtelijk vervolgd zal worden, maar had onvoldoende gemotiveerd dat de strafrechtelijke procedure in Georgië normaal en eerlijk zou verlopen. Dit standpunt werd ter zitting door de staatssecretaris verlaten.
De Afdeling stelt vast dat de motivering van het besluit onvoldoende is en dat ook de besluiten ten aanzien van de andere vreemdelingen onvoldoende zijn gemotiveerd. Daarom vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van 9 februari 2010 en verklaart het hoger beroep gegrond. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten tot afwijzing van de asielaanvragen worden vernietigd wegens onvoldoende motivering.