ECLI:NL:RVS:2012:BY3045
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 16 januari 2012 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan verzoekster een boete van €24.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard. Verzoekster vroeg vervolgens de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening, waarbij zij verzocht de rechtsgevolgen van het boetebesluit op te schorten totdat op het hoger beroep was beslist.
Verzoekster stelde dat zij de boete niet kon betalen en dat invordering zou leiden tot faillissement. Zij overlegde een financieel rapport van haar adviseur, maar dit rapport was gebaseerd op door haar verstrekte gegevens en gaf geen zekerheid over de financiële situatie. De voorzitter oordeelde dat verzoekster onvoldoende objectieve gegevens had aangedragen om aannemelijk te maken dat zij in financiële nood zou komen indien de boete niet werd opgeschort. Ook werd meegewogen dat verzoekster sinds het boetebesluit geen poging had gedaan tot het treffen van een betalingsregeling.
Daarom ontbrak het aan het noodzakelijke spoedeisende belang voor het verzoek om voorlopige voorziening. Het verzoek werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 9 november 2012.
Uitkomst: Het verzoek om opschorting van de boete wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.