Uitspraak
200201499/1, gaat het hier om een kleinschalig project.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Huizen heeft op 13 april 2011 een projectbesluit genomen en een bouwvergunning verleend voor de realisatie van vier nultredenwoningen op een perceel te Huizen. Dit bouwplan was in strijd met het geldende bestemmingsplan, maar het college maakte gebruik van de mogelijkheid tot het nemen van een projectbesluit op grond van artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening.
De appellanten, omwonenden van het perceel, stelden zich op het standpunt dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was, onder meer omdat de oorspronkelijke doelgroep van de woningen was verlaten en de financieel-economische uitvoerbaarheid daardoor niet meer gewaarborgd zou zijn. Daarnaast maakten zij bezwaar tegen de aantasting van hun privacy en de vermindering van zonlichttoetreding tot hun percelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de woningen nog steeds geschikt zijn voor ouderen, waarvoor behoefte bestaat, en dat het kleinschalige karakter van het project en de ligging nabij het centrum de uitvoerbaarheid ondersteunen. De bezonningsstudie toonde slechts beperkte vermindering van zonlicht in de late namiddag in voor- en najaar, en de afstand tot de erfafscheiding was vergelijkbaar met andere situaties in het bestemmingsplangebied. De rechtbank had de beroepen van appellanten terecht ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning blijft van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning voor vier nultredenwoningen blijft van kracht.