ECLI:NL:RVS:2012:BY0978

Raad van State

Datum uitspraak
15 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201207863/3/A1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
  • J.A.W. van Leeuwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake uitvoering nieuw besluit op bezwaar omgevingsvergunning Rhenen

Het college van burgemeester en wethouders van Rhenen heeft op 10 februari 2011 een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van een woning op een perceel te Rhenen. Tegen dit besluit en het daaropvolgende besluit op bezwaar van 8 juli 2011 hebben meerdere wederpartijen beroep ingesteld bij de rechtbank Utrecht. De rechtbank heeft bij uitspraak van 3 juli 2012 het besluit op bezwaar vernietigd en het college opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.

Het college heeft hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist. De voorzitter heeft dit verzoek behandeld op 4 oktober 2012.

De voorzitter overweegt dat uitvoering van de uitspraak van de rechtbank inhoudt dat vergunninghouder een nieuwe omgevingsvergunning moet aanvragen en een welstandsadvies moet worden uitgebracht. Gezien het voorlopige karakter van de voorziening en het ontbreken van bijzondere belangen die onmiddellijke uitvoering vereisen, wordt het verzoek van het college toegewezen.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De voorzitter bepaalt dat het college geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Uitkomst: Het college hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

201207863/3/A1.
Datum uitspraak: 15 oktober 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:
het college van burgemeester en wethouders van Rhenen,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 3 juli 2012 in zaak nr. 11/2667 in het geding tussen:
[wederpartij A], [wederpartij B], [wederpartij C], [wederpartij D], [wederpartij E] en [wederpartij F] (hierna tezamen en in enkelvoud: [wederpartij]), allen wonend te Rhenen
en
het college.
Procesverloop
Bij besluit van 10 februari 2011 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend ten behoeve van het vergroten van een woning op het perceel [locatie] te Rhenen (hierna: het perceel).
Bij besluit van 8 juli 2011 heeft het college, voor zover thans van belang, het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij tussenuitspraak van 2 mei 2012 heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om het daarin omschreven gebrek in het besluit van 8 juli 2011 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.
Bij uitspraak van 3 juli 2012 heeft de rechtbank het door [wederpartij] tegen het besluit van 8 juli 2011 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het college opgedragen om binnen acht weken na verzending van de einduitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak en deze uitspraak is overwogen.
Tegen deze uitspraak heeft onder meer het college hoger beroep ingesteld.
Het college heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 oktober 2012, waar het college, vertegenwoordigd door B.M. Brandenburg-Stroo en J.K. Altena, beiden werkzaam bij de gemeente, en [wederpartij A], bijgestaan door mr. M.J.H. van Baalen, advocaat te Wageningen, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het college vraagt om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het, zolang de Afdeling niet op het ingestelde hoger beroep heeft beslist, geen uitvoering aan de uitspraak van de rechtbank hoeft te geven voor zover deze inhoudt dat het een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar dient te nemen.
2.1. Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het college in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de in hoger beroep bestreden uitspraak. Het college heeft ter zitting geschetst dat uitvoering van de uitspraak met zich brengt dat door vergunninghouder een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden aangevraagd en dat alsnog een welstandsadvies moet worden uitgebracht. Nu op voorhand niet geheel valt uit te sluiten dat de uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven en voorts in dit geval niet is gebleken van bijzondere belangen die om die reden nopen tot het gevolg geven aan voormelde uitspraak voordat op het hoger beroep is beslist, ziet de voorzitter aanleiding tot het treffen van de hierna te melden voorlopige voorziening.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het college van burgemeester en wethouders van Rhenen geen nieuw besluit op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar hoeft te nemen, voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.W. van Leeuwen, ambtenaar van staat.
w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Van Leeuwen
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2012
543.