ECLI:NL:RVS:2012:BY0854
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over vestigingsalternatief Somalië wegens onvoldoende zorgvuldigheid
De vreemdeling, afkomstig uit Mogadishu, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 4 februari 2011 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde dit besluit op 21 september 2011 ongegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De minister nam op 27 oktober 2011 een nieuw besluit waarin de aanvraag wederom werd afgewezen vanwege het bestaan van een vestigingsalternatief in Centraal- en Zuid-Somalië.
De vreemdeling voerde aan dat het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was genomen, omdat het was gebaseerd op een verouderde beoordeling van het vestigingsalternatief. De Raad van State stelde vast dat de minister bij het nieuwe besluit onvoldoende onderzoek had gedaan naar de actuele feiten en belangen, terwijl het beleid was aangepast na een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Raad oordeelde dat de minister niet had voldaan aan zijn onderzoeksplicht volgens artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het besluit niet zorgvuldig tot stand was gekomen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 437,00.
Uitkomst: Het besluit van de minister van 27 oktober 2011 wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid bij de beoordeling van het vestigingsalternatief.