ECLI:NL:RVS:2012:BY0849
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens niet-naleving terugkeerbevel volgens artikel 62a Vreemdelingenwet
De vreemdeling werd op 4 april 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat hij opnieuw in Nederland werd aangetroffen, ondanks een eerdere ongewenstverklaring en uitzetting naar Spanje. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende hem schadevergoeding toe. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat het besluit van 22 juli 2009 waarin de vreemdeling ongewenst werd verklaard, moet worden aangemerkt als een terugkeerbesluit conform de Terugkeerrichtlijn. Omdat dit besluit niet onrechtmatig is verklaard in de daarvoor bestemde procedure, is het rechtsmiddelenstelsel van de Vreemdelingenwet van toepassing.
Echter, omdat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft in Spanje, was de minister verplicht hem eerst te bevelen zich onmiddellijk naar Spanje te begeven en hem de gelegenheid te geven dit bevel op te volgen voordat een nieuw terugkeerbesluit kon worden genomen en bewaring kon worden ingesteld. Dit bevel is niet gegeven, waardoor de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig is. Het hoger beroep van de minister wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard en het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard.