ECLI:NL:RVS:2012:BY0824
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering door minister
De vreemdeling kreeg op 16 mei 2012 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van vijf jaar opgelegd door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. Tegelijkertijd werd hij in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister bij het opleggen van het inreisverbod niet alle relevante omstandigheden had betrokken, met name de relatie van de vreemdeling met een vriendin in België. De minister had nagelaten te motiveren waarom deze omstandigheid geen gewicht kreeg, wat in strijd is met de Terugkeerrichtlijn en de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor werd het inreisverbod vernietigd.
De beroepen tegen het terugkeerbesluit en de vreemdelingenbewaring werden ongegrond verklaard en bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod van vijf jaar is vernietigd wegens onvoldoende motivering en het niet betrekken van de relatie van de vreemdeling in België.