ECLI:NL:RVS:2012:BX9306
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- J.W. Prins
- H.H.C. Visser
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering en schending Awb
De vreemdelingen hadden asielaanvragen ingediend die door de minister voor Immigratie en Asiel werden afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Vreemdeling 1 kreeg bij besluit van 9 mei 2012 een inreisverbod opgelegd en werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd het beroep tegen dit inreisverbod te behandelen, waarna de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep overnam.
De Afdeling oordeelde dat de minister bij het opleggen van het inreisverbod niet heeft voldaan aan de verplichting om alle individuele omstandigheden te betrekken en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd. Dit is in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom werd het beroep van vreemdeling 1 gegrond verklaard en het inreisverbod vernietigd.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 874,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover het de asielaanvragen betreft.
Uitkomst: Het inreisverbod van 9 mei 2012 wordt vernietigd wegens strijd met de Awb en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.