ECLI:NL:RVS:2012:BX9292
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging besluit verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuw feiten
De minister voor Immigratie en Asiel stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit van 26 september 2011 vernietigde waarin de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigden, zoals vereist in artikel 3.109, lid 5 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De vreemdeling had eerder een aanvraag ingediend en afgewezen gekregen, en de nieuwe aanvraag berustte op omstandigheden die reeds bekend hadden kunnen zijn.
Hoewel de vreemdeling stelde dat de veiligheidssituatie in Afghanistan was verslechterd, bleek uit de stukken dat deze verslechtering niet specifiek de positie van de Hazara-bevolkingsgroep in de provincie Ghazni betrof. De Afdeling concludeerde dat de minister terecht het standpunt innam dat geen reëel risico op ernstige individuele bedreiging bestond.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van 6 oktober 2011 wordt bevestigd.