Uitspraak
201012735/1/V6, hierna: de uitspraak van 21 september 2011) dat, zelfs indien ervan moet worden uitgegaan dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, de vreemdelingen zijn aan te merken als werknemers van [bedrijf] in de hiervoor bedoelde zin, dit niet met zich brengt dat zij tevens zijn aan te merken als werknemers van [appellante] en dat [appellante] is aan te merken als werkgever van de vreemdelingen in de zin van de Wav. Indien binnen een arbeidsverhouding tussen twee partijen werknemerschap is vastgesteld in communautaire zin, werkt dat niet door in andere, gelijktijdig bestaande verhoudingen tussen de betrokken werknemer en andere personen of bedrijven, aldus [appellante].
201111314/1/V6. Aan het advies van 17 december 2010 wordt derhalve niet de door [appellante] gewenste betekenis toegekend. Voorts wordt in aanmerking genomen dat, nu de vreemdelingen de in het boeterapport omschreven arbeid ten behoeve van [appellante] hebben verricht, [appellante] op grond van het ruime werkgeversbegrip van de Wav vergunningplichtig werkgever was. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de minister [appellante] terecht heeft beboet en dat het in artikel 45 van Pro het VWEU vervatte vrije verkeer van werknemers daaraan niet in de weg staat. Dat, aldus [appellante], uit de uitspraak van 21 september 2011 volgt dat de Afdeling het ruime werkgeversbegrip heeft ingeperkt, leidt niet tot een ander oordeel. [appellante] heeft immers niet gesteld dat zij, zoals de beboete werkgever in de zaak die tot laatstvermelde uitspraak heeft geleid, louter dient te worden aangemerkt als een afnemer van een willekeurig product of een willekeurige dienst. De specifieke omstandigheden op grond waarvan de beboete rechtspersoon in voormelde zaak niet als werkgever in de zin van de Wav kon worden aangemerkt, doen zich in deze zaak niet voor.
200708231/1), geen wettelijke verplichting alle bij een controle aanwezige personen als getuigen te horen. Daar komt bij dat, gelet op de in het boeterapport en het aanvullend rapport vervatte informatie en in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen over het door de minister verrichte onderzoek, het bij de minister niet aan kennis ontbrak omtrent de feiten en omstandigheden van dit geval, waardoor het noodzakelijk was één of meer vreemdelingen te horen alvorens hij tot boeteoplegging mocht overgaan.