ECLI:NL:RVS:2012:BX8725
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en vernietiging uitspraak rechtbank
De minister stelde de vreemdeling op 6 juni 2012 in vreemdelingenbewaring vanwege vermoedens van onttrekkingsgevaar en het ontwijken van de uitzettingsprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval onmiddellijke opheffing van de bewaring met schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de MTV-controle in strijd was met Europese regelgeving. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling beoordeelde vervolgens het oorspronkelijke besluit van bewaring en concludeerde dat de omstandigheden, waaronder het bewust ontdoen van reis- en identiteitsdocumenten en het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, voldoende zijn voor het vermoeden van onttrekkingsgevaar.
Daarnaast verwierp de Afdeling de klachten van de vreemdeling over het recht op consulaire bijstand en de voortvarendheid van de minister in de Dublinprocedure. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.