ECLI:NL:RVS:2012:BX8318
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting arbeidsverhouding
De minister legde appellant een bestuurlijke boete van €44.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat appellant elf Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid liet verrichten. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de vreemdelingen geen werknemers waren omdat zij geen vergoeding ontvingen, maar slechts onbetaald proefwerk deden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vreemdelingen wel degelijk als werknemers in de zin van artikel 45 VWEU Pro moesten worden beschouwd, omdat zij reële arbeid verrichtten onder gezag van appellant en zij al dan niet reeds waren beloond of nog zouden worden beloond. De stelling van appellant dat het om onbetaalde proefwerkzaamheden ging, werd verworpen vanwege tegenstrijdige verklaringen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en de opgelegde boete. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 26 september 2012.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €44.000,- wegens het laten verrichten van arbeid door Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.