Uitspraak
200608504/1, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de omstandigheid dat het college tot aanhouding van de aanvraag om bouwvergunning heeft besloten, impliceert dat zich geen weigeringsgronden als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de Woningwet voordoen. Dat het college ten tijde van het aanhoudingsbesluit niet wist of het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, omdat op dat moment nog geen advies was uitgebracht omtrent de agrarische volwaardigheid van het bouwplan, leidt niet tot een andere conclusie. Het had op de weg van het college gelegen zich over die vraag zekerheid te verschaffen alvorens een besluit op de aanvraag te nemen. Dat het die zekerheid pas verkreeg met het op 12 juli 2008 door het Adviesbureau Clevin uitgebrachte rapport, maakt niet dat het niet eerder over deze informatie had kunnen beschikken. Gelet hierop is de rechtbank terecht tot het oordeel gekomen dat het rapport van Clevin geen nieuw gebleken feit is, op grond waarvan het college kon terugkomen op zijn in het aanhoudingsbesluit neergelegde standpunt dat van een weigeringsgrond geen sprake was.
201001251/1/H1) geeft een beschrijving in hoofdlijnen de wijze weer waarop de doeleinden van het bestemmingsplan worden gerealiseerd. Weliswaar is een beschrijving in hoofdlijnen - mits duidelijk en concreet geformuleerd - in beginsel geschikt om als aanvullend toetsingskader voor bouwaanvragen te dienen, doch een dergelijke toetsing kan er niet toe leiden dat een concreet bebouwingsvoorschrift uit het bestemmingsplan opzij gezet kan worden.
200908614/1/H1, wordt overwogen dat deze beschrijving in hoofdlijnen, gelet op de daarin gebezigde term "nastreven" die op een inspanningsverplichting en niet op een resultaatverplichting duidt, onvoldoende duidelijk en concreet is geformuleerd om als rechtstreeks aanvullend toetsingskader voor bouwvergunningen te kunnen dienen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het bestemmingsplan "Herziening agrarische bestemmingen 1991" niet voorziet in een aanpassing van artikel 10, eerste lid, van de planvoorschriften in die zin dat daarin het element 'volwaardig' is toegevoegd. De eis van volwaardigheid kan daarom niet aan een agrarisch bedrijf worden gesteld.