ECLI:NL:RVS:2012:BX6309
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid verlenging maatregel bewaring vreemdeling wegens weigering medewerking
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen een verlengingsbesluit van een maatregel van bewaring gegrond heeft verklaard. De rechtbank oordeelde dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de bewaring, met name dat de weigering van medewerking door de vreemdeling niet aan het besluit ten grondslag kon worden gelegd.
De Raad van State stelt dat de rechtbank ten onrechte geen betekenis heeft toegekend aan het afwijzende en weigerachtige gedrag van de vreemdeling dat het onderzoek van de diplomatieke vertegenwoordiging van Guinee heeft vertraagd. De minister had terecht de weigering van medewerking als grondslag voor verlenging van de maatregel genomen, conform artikel 59, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Verder oordeelt de Raad dat het verlengingsbesluit niet te vroeg is genomen en dat de omstandigheid dat de vreemdeling met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op korte termijn zal worden uitgezet geen zelfstandige grond is voor verlenging. De Raad verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling tegen het verlengingsbesluit wordt ongegrond verklaard.