Uitspraak
201006983/1/M2).
200905428/1/M2, heeft overwogen, biedt de Wgv geen grondslag om rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen. Nu vaststaat dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit op de door [appellant sub 2] genoemde locatie geen woning aanwezig was, heeft het college deze locatie terecht niet bij de beoordeling van de geuremissie op grond van de Wgv betrokken. De door [appellant sub 2] genoemde toezeggingen kunnen niet leiden tot het oordeel dat het college de betrokken locatie in afwijking van de Wgv als geurgevoelig object had moeten behandelen. De beroepsgrond faalt.
201006537/1/M2, bestaat bij een wijziging of uitbreiding van een inrichting pas een verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapport wanneer de toename van het aantal dieren de in categorie 14 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit mer genoemde drempelwaarde overschrijdt. De aangevraagde en vergunde toename van het aantal zeugen ten opzichte van de op 12 september 2005 vergunde situatie blijft onder de in categorie 14 van onderdeel C genoemde drempelwaarde van 900, zodat geen verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapport bestond. De beroepsgrond faalt.
201003072/1/M2, bestaat geen grond voor het oordeel dat het toepassen van interne saldering bij vergunningverlening zich niet verdraagt met de IPPC-richtlijn. De beroepsgrond faalt.