ECLI:NL:RVS:2012:BX5045
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling termijn vrijwillig vertrek en opheffing vrijheidsontnemende maatregel in terugkeerprocedure
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen beslissingen van de minister en de rechtbank over een vrijheidsontnemende maatregel en het ontbreken van een termijn voor vrijwillig vertrek in een terugkeerprocedure. De voorzieningenrechter had eerder vastgesteld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat er omstandigheden waren om af te zien van een termijn voor vrijwillig vertrek, en zelf een termijn van vier weken vastgesteld.
De Raad van State overweegt dat de systematiek van de Terugkeerrichtlijn voorschrijft dat een vrijheidsontnemende maatregel pas kan worden opgelegd nadat de termijn voor vrijwillig vertrek is verstreken, tenzij uitzonderingen van artikel 7, lid 4 van de richtlijn van toepassing zijn. De rechtbank had ten onrechte nagelaten de vrijheidsontnemende maatregel op te heffen nadat de voorzieningenrechter een termijn voor vrijwillig vertrek had vastgesteld.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de vrijheidsontnemende maatregel betreft, en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens wordt een vergoeding toegekend voor de periode dat de vrijheidsontnemende maatregel onterecht werd voortgezet, en worden proceskosten aan de minister opgelegd.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is onterecht voortgezet en dient te worden opgeheven; een termijn voor vrijwillig vertrek van vier weken is vastgesteld.