ECLI:NL:RVS:2012:BX4824
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens deelname demonstratie zonder reëel risico op vervolging in Iran
De vreemdeling had een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, welke door de minister op 21 april 2011 werd afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister het besluit voldoende had gemotiveerd, met name dat politieke activiteiten buiten het land van herkomst alleen tot vluchtelingschap kunnen leiden indien zij een voortzetting zijn van activiteiten in het land van herkomst die tot moeilijkheden konden leiden. De vreemdeling had deelgenomen aan een demonstratie voor de Iraanse ambassade in Den Haag, maar zonder bijzondere rol en zonder dat dit media-aandacht had gekregen.
Uit jurisprudentie van het EHRM volgt dat voor een reëel risico op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling specifieke onderscheidende kenmerken nodig zijn. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij door Iraanse autoriteiten in de gaten wordt gehouden of bij terugkeer zal worden onderzocht. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.