Uitspraak
201008115/1/H3en
200203397/1overweegt de Afdeling dat voor het samenvoegen van twee woningen van belang is dat de woningen door samenvoeging niet meer afzonderlijk worden bewoond. Niet in geschil is dat [wederpartijen] een verbinding tussen de woningen [locatie A] en [locatie B] tot stand hebben gebracht door het verwijderen van een muur tussen de woningen. Anders dan [wederpartijen] hebben betoogd, is de Afdeling van oordeel dat het plaatsen van een aan beide kanten afsluitbare deur in de terug te plaatsen tussenmuur, zoals door hen is aangeboden, onvoldoende is om een in het maatschappelijk verkeer aanvaarde scheiding tussen twee afzonderlijke woningen te bewerkstelligen. De Afdeling is verder van oordeel dat het dagelijks bestuur terecht het standpunt heeft ingenomen dat de woningen niet meer afzonderlijk als zijnde besloten woonruimten worden bewoond. Daarbij heeft het dagelijks bestuur terecht in aanmerking genomen dat de benedenwoning voorheen door [wederpartijen] werd verhuurd en na het verwijderen van de muur in gebruik is als werkruimte en logeerkamer. Dit gebruik is tijdens een controle door gemeentelijke toezichthouders geconstateerd. Het standpunt dat [wederpartijen] elk afzonderlijk in één van de woningen wonen en een zogenoemde LAT-relatie onderhouden, heeft het dagelijks bestuur terecht niet bij zijn beoordeling betrokken, nu [wederpartijen] dit standpunt eerst in beroep naar voren hebben gebracht. Daarbij komt dat [wederpartij B] tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft medegedeeld dat indien het bezwaarschrift ongegrond zou worden verklaard [wederpartij A] zich zal inschrijven op het adres van de benedenwoning. Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de omstandigheid dat de woningen elk beschikken over een eigen toegang en elk zijn voorzien van wezenlijke voorzieningen, niet leidt tot een ander oordeel. De door de rechtbank in de aangevallen uitspraak in dat verband aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 24 augustus 1994, LJN AN4018, zag weliswaar op een geval waarin de betrokken woningen eveneens elk beschikten over een eigen toegang en elk waren voorzien van alle wezenlijke voorzieningen, maar anders dan thans het geval is, ging het daar niet om een interne verbinding die tussen de afzonderlijke woningen tot stand was gebracht. Evenmin leidt de omstandigheid dat de woningen eenvoudig in oude staat kunnen worden teruggebracht tot een ander oordeel.